DEN HAAG - De inburgeringstoets die een migrant al in het herkomstland moet afleggen, wordt later ingevoerd dan 1 juli, zoals de planning was. Minister Verdonk (Vreemdelingenzaken en Integratie) schrijft aan de Tweede Kamer dat het wetenschappelijk rapport over de toetsing nog niet klaar is.
Ze zou deze rapportage in mei al naar de Tweede Kamer sturen maar ze
verwacht dit pas in het zomerreces te kunnen. Daardoor kan de
parlementaire behandeling niet in juni worden afgerond. De Tweede Kamer
had eerder al ingestemd met het wetsvoorstel, onder voorbehoud van de
uitkomsten van de rapportages. De Eerste Kamer moest zich er nog
helemaal over buigen.
Verdonk schrijft dat nog een aantal vragen in de rapportage openstaat
en dat ze die eerst wil afwachten voordat ze de toets gaat invoeren. Ze
vindt dat " de grootst mogelijke zorgvuldigheid nodig is, juist om
eventuele problemen bij de uitvoering te voorkomen."
Het is nog niet bekend wanneer de inburgeringstoets in het buitenland
wel ingaat. De vertraging bedraagt in ieder geval enkele maanden, omdat
de zomer ertussen zit en daarna de parlementaire behandeling nog moet
volgen.
Het wetsvoorstel houdt in dat migranten in spé al in hun herkomstland
een eerste inburgeringsexamen afleggen. Dat moet plaatsvinden op de
ambassades of consulaten in dat land, via een telefonische verbinding
met een computer met spraakherkenning. Eenmaal in Nederland moeten
migranten nog een zwaarder inburgeringsexamen halen.
Vorige week nog schreef Verdonk dat de buitenlandse inburgeringstoets
technisch in orde is maar dat er nog enkele aanpassingen nodig waren.
Dat had volgens haar echter geen fundamentele gevolgen voor de gekozen
technische middelen en bijbehorende procedures.
De tests waren echter niet gericht op het telefonisch examensysteem
zelf. De vertraagde rapportage gaat over de betrouwbaarheid daarvan.
Eerder twijfelden hoogleraren en het onderzoeksinstituut TNO al, omdat
de technologie van de spraakherkenning volgens hen nog onvoldoende
ontwikkeld is voor dit doel.